Flashcards
Flashcards F-gassen A1 en A2
Elke kaart legt één begrip uit: de kern, hoe het werkt, een voorbeeld uit de praktijk en de valkuil waar het examen op test. Met slim herhalen zie je moeilijke kaarten vaker en kaarten die je kent pas later terug.
Kies hoe je wilt leren
Slim herhalen neemt de kaarten die vandaag aan de beurt zijn, plus een paar nieuwe. Nog leren zie je morgen terug, Ken ik pas na 3, 7, 14 of 30 dagen.
Zonder account bewaren we je voortgang alleen in deze browser. Na het inloggen nemen we hem mee naar je account.
Stapels per onderwerp
- 1 Wetgeving en thermodynamica Oefen
- 2 Milieu en GWP Oefen
- 3 Controles en logboek Oefen
- 4 Lekcontrole Oefen
- 5 Milieuveilig werken en terugwinnen Oefen
- 6 Compressoren Oefen
- 7 Condensors Oefen
- 8 Verdampers Oefen
- 9 Expansieventielen en onderdelen Oefen
- 11 Alternatieven en ontwerp Oefen
- 12 Koolwaterstoffen (HC) Oefen
Alle 174 kaarten?
Met elke training krijg je alle flashcards, de oefenvragen en de proefexamens. Je voortgang wordt bewaard in je account.
De gratis kaarten
20 kaarten uit verschillende onderwerpen. Klik op een kaart om de uitleg te lezen.
Wat is het F-gassen persoonscertificaat nieuwe stijl?
Het bewijs dat je als monteur bevoegd bent om te werken aan installaties met F-gassen en natuurlijke koudemiddelen, volgens Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2215.
Het certificaat is 7 jaar geldig en wordt in de hele EU erkend. Je haalt het met een theorie- en een praktijkexamen bij een examencentrum. In Nederland staan de eisen in BRL 200.
Voorbeeld: Een monteur haalt in 2026 categorie A1. Zijn certificaat loopt tot 2033 en geldt ook als hij in België werkt.
Valkuil: Het persoonscertificaat is iets anders dan het bedrijfscertificaat van je werkgever.
Bron: IPLO, eisen natuurlijke personen (monteurs), Certificaat 7 jaar geldig, EU-breed erkend
Tot wanneer kun je met een oud F-gassencertificaat hercertificeren?
Vóór 12 maart 2029 hercertificeer je volgens het nieuwe systeem.
BRL 200 en de NVKL noemen 12 maart 2029 als uiterste datum. Volgens CerVaKo vervalt een certificaat uit het oude systeem niet vanzelf op die datum, maar moet de houder er vóór die datum een verplichte opfrissing of evaluatie voor doen.
Voorbeeld: Een monteur met een oud certificaat categorie I plant zijn theorie-examen A1 in 2027, ruim voor de deadline.
Valkuil: Schrijf niet dat het oude certificaat op 12 maart 2029 ongeldig wordt. De regel is dat je vóór die datum hercertificeert.
Bron: CerVaKo, communicatiebrief F-gassencertificaten, Hercertificering vóór 12 maart 2029
Wat is het verschil tussen categorie A1 en A2?
A1 en A2 mogen dezelfde werkzaamheden doen aan F-gassen en koolwaterstoffen. A1 heeft geen vullingsgrens, A2 wel.
A2 werkt alleen aan installaties met minder dan 3 kg koudemiddel, of minder dan 6 kg bij een gelabeld hermetisch gesloten systeem. Het theorie-examen komt voor allebei uit dezelfde itembank.
Voorbeeld: Een split-airco met 4 kg R-32 vraagt A1. Een koelkast met 150 gram R-600a mag met A2.
Valkuil: De grens van A2 is in kilogram, niet in ton CO2-equivalent.
Bron: Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2215, Artikel 3 lid 2
Wat is oververhitting?
Oververhitting is hoeveel kelvin de damp warmer is dan de verdampingstemperatuur bij dezelfde druk.
Je meet de druk en de temperatuur van de zuigleiding na de verdamper. In de druk-temperatuurtabel zoek je de verdampingstemperatuur. Het verschil is de oververhitting. Zo weet je dat er alleen damp naar de compressor gaat.
Voorbeeld: Zuigdruk geeft een verdampingstemperatuur van -8 °C. De zuigleiding is 0 °C. De oververhitting is 8 K.
Valkuil: Gebruik de temperatuur op de leiding, niet de luchttemperatuur in de koelcel.
Bron: BRL 200 versie 2.0, Paragraaf 3.4, toetsterm 1.02 (thermodynamica)
Wat is GWP?
GWP (Global Warming Potential) zegt hoeveel sterker een gas de aarde opwarmt dan dezelfde massa CO2, over 100 jaar.
CO2 heeft GWP 1. Een koudemiddel met GWP 2000 warmt per kilogram 2000 keer zo sterk op. Op het label van een installatie staat de hoeveelheid in kg en in ton CO2-equivalent. Daarmee bepaal je welke regels gelden.
Voorbeeld: Stel dat een koudemiddel GWP 1430 heeft. Dan is 1 kg ervan net zo erg als 1430 kg CO2.
Valkuil: GWP is niet hetzelfde als ODP: ODP gaat over de ozonlaag.
Bron: Verordening (EU) 2024/573, Artikel 3 (definities)
Hoe bereken je de hoeveelheid in ton CO2-equivalent?
Ton CO2-equivalent is kilogram koudemiddel maal GWP, gedeeld door 1000.
Kilogram maal GWP geeft kilogram CO2-equivalent. Delen door 1000 geeft ton. Met de uitkomst zoek je op hoe vaak lekcontrole nodig is en of een lekdetectiesysteem verplicht is.
Voorbeeld: Stel: 4 kg koudemiddel met GWP 2088. 4 maal 2088 is 8352. Gedeeld door 1000 is 8,35 ton CO2-equivalent.
Valkuil: Vergeet het delen door 1000 niet. Anders krijg je kilogram en geen ton.
Bron: Verordening (EU) 2024/573, Artikel 3 (definities)
Wat is het logboek van een installatie met F-gassen?
Het logboek is de registratie per installatie van koudemiddel, lekcontroles, bijvullen en terugwinnen.
De exploitant houdt het bij en bewaart het minimaal 5 jaar. De monteur levert de gegevens aan na elk werk. De bevoegde autoriteit kan het opvragen.
Voorbeeld: Na een lekcontrole schrijf je de datum, de uitkomst en je naam en certificaatnummer in het logboek.
Valkuil: Ook een lekcontrole zonder lek hoort in het logboek.
Bron: Verordening (EU) 2024/573, Artikel 7
Hoe vaak is lekcontrole nodig bij F-gassen (HFK's)?
5 tot 50 ton CO2-equivalent: elke 12 maanden. 50 tot 500 ton: elke 6 maanden. 500 ton of meer: elke 3 maanden.
Met een werkend lekdetectiesysteem worden de termijnen 24, 12 en 6 maanden. Onder 5 ton is periodieke lekcontrole niet verplicht. Gelabelde hermetisch gesloten systemen zijn vrijgesteld onder 10 ton.
Voorbeeld: Een installatie met 117 ton zonder lekdetectie: elke 6 maanden. Met lekdetectie: elke 12 maanden.
Valkuil: Reken eerst om naar ton CO2-equivalent. De grenzen gaan niet over kilogram.
Bron: Verordening (EU) 2024/573, Artikel 5 lid 6
Hoe win je koudemiddel terug?
Met een terugwinapparaat in een geschikte, gelabelde cilinder voor dat ene koudemiddel, terwijl je de cilinder weegt.
Sluit slangen kort en goed aan. Win terug tot onder de atmosferische druk. Meng nooit koudemiddelen. Noteer de hoeveelheid in het logboek.
Voorbeeld: Je wint 6,7 kg terug: de cilinder weegt eerst 12,4 kg en daarna 19,1 kg.
Valkuil: Een cilinder te vol maken is gevaarlijk: vloeistof zet uit bij warmte.
Bron: BRL 200 versie 2.0, Paragraaf 3.4, toetsterm 5.07 en 5.08
Wat doet een compressor?
De compressor zuigt damp aan uit de verdamper en perst die naar een hogere druk en temperatuur.
Door de hoge druk kan het koudemiddel in de condensor bij een hoge temperatuur condenseren en warmte afgeven. Soorten zijn onder meer zuiger-, scroll- en schroefcompressoren, hermetisch, semi-hermetisch of open.
Voorbeeld: In een split-airco zit meestal een hermetische scroll- of rotatiecompressor in de buitenunit.
Valkuil: Een compressor kan geen vloeistof samenpersen: vloeistofslag geeft schade.
Bron: BRL 200 versie 2.0, Paragraaf 3.4, groep 6 (compressoren)
Wat doet een condensor?
De condensor geeft warmte af, waardoor de hete damp afkoelt, condenseert en onderkoelt tot vloeistof.
De warmte gaat naar lucht of water. De condensor geeft de warmte uit de verdamper af plus de energie van de compressor. Een schone condensor met vrije luchtaanvoer houdt de condensatiedruk laag.
Voorbeeld: Een installatie met 10 kW koeling en 3 kW compressor geeft ongeveer 13 kW af in de condensor.
Valkuil: De condensor koelt niet de ruimte, hij voert warmte af naar buiten.
Bron: BRL 200 versie 2.0, Paragraaf 3.4, groep 7 (condensors)
Wat doet een verdamper?
De verdamper neemt warmte op uit lucht of water, waardoor het koudemiddel verdampt.
In de verdamper is de druk laag, dus het koudemiddel kookt bij een lage temperatuur. Aan het einde is de damp licht oververhit, zodat er geen vloeistof naar de compressor gaat.
Voorbeeld: In een koelcel van 2 °C verdampt het koudemiddel bij ongeveer -6 °C en neemt zo warmte op uit de lucht.
Valkuil: IJs op de verdamper vermindert de warmteopname sterk.
Bron: BRL 200 versie 2.0, Paragraaf 3.4, groep 8 (verdampers)
Wat doet een thermostatisch expansieventiel?
Het verlaagt de druk voor de verdamper en regelt de toevoer zo dat de oververhitting gelijk blijft.
De voeler zit op de zuigleiding na de verdamper. Wordt de zuigleiding warmer, dan gaat het ventiel verder open. Een losse of slecht geïsoleerde voeler geeft een verkeerde regeling.
Voorbeeld: De voeler zit los en meet de warme lucht. Het ventiel gaat te ver open en er komt vloeistof naar de compressor.
Valkuil: Een capillair regelt niet: het heeft een vaste opening.
Bron: BRL 200 versie 2.0, Paragraaf 3.4, groep 9 (expansieventielen)
Wat betekenen de veiligheidsklassen van koudemiddelen?
De letter is de giftigheid (A laag, B hoog), het cijfer de ontvlambaarheid (1 niet, 2L licht, 2, 3 hoog).
Voorbeelden: CO2 is A1, R-32 is A2L, propaan (R-290) en isobutaan (R-600a) zijn A3, ammoniak is B2L. Hoe hoger de klasse, hoe strenger de eisen aan vulling, ruimte en werkwijze.
Voorbeeld: Voor een warmtepomp met R-290 gelden strengere eisen aan de plek en de vulling dan voor een met R-32.
Valkuil: Licht ontvlambaar (2L) is nog steeds ontvlambaar.
Bron: BRL 200 versie 2.0, Paragraaf 3.4, toetsterm 11.03 (veiligheidsnormen)
Hoe bereid je werk aan een installatie met R-290 voor?
Ontstekingsbronnen weg, ventileren, gas meten met een geschikte detector en een brandblusser klaar.
Zet de werkplek af met een waarschuwing. Propaan is zwaarder dan lucht: meet laag bij de vloer. Gebruik gereedschap dat geschikt is voor brandbare gassen. Laat de detector tijdens het werk aanstaan.
Voorbeeld: Je werkt aan een warmtepomp met R-290 in een technische ruimte. Je zet de deur open, plaatst de detector bij de vloer en legt een poederblusser klaar.
Valkuil: Een lichtschakelaar of een gewone bouwlamp kan een vonk geven.
Bron: BRL 200 versie 2.0, Paragraaf 3.4, toetsterm 12.13 (gezondheid en veiligheid)
Wat is verzadigingsdruk?
De verzadigingsdruk is de druk waarbij vloeistof en damp van een koudemiddel bij een bepaalde temperatuur samen in evenwicht zijn.
Elke temperatuur heeft zijn eigen verzadigingsdruk. Die vind je in de druk-temperatuurtabel of op de koudemiddelschuif. Zolang er vloeistof in een cilinder of installatie zit, bepaalt de temperatuur de druk, en niet de hoeveelheid koudemiddel.
Voorbeeld: Een installatie staat al uren stil in een werkplaats van 20 °C en er zit nog vloeistof in. Je verwacht dan de verzadigingsdruk die bij 20 °C hoort. Is de druk duidelijk hoger, dan zit er waarschijnlijk lucht in.
Valkuil: Uit de druk van een cilinder kun je niet afleiden hoeveel koudemiddel er nog in zit. Wegen is de enige goede manier.
Bron: BRL 200 versie 2.0, Paragraaf 3.4, toetsterm 1.02 en 1.03 (thermodynamica, tabellen)
Wat staat er op het etiket van apparatuur met F-gassen?
De tekst "bevat gefluoreerde broeikasgassen", de hoeveelheid in kilogram of gram en de hoeveelheid in ton CO2-equivalent.
Het etiket zit zoveel mogelijk naast het typeplaatje en moet de hele levensduur goed leesbaar blijven. Wordt een installatie buiten de fabriek gevuld, dan heeft het etiket ruimte voor de extra hoeveelheid en de totale vulling. Die vult de installateur in voordat de installatie in gebruik gaat.
Voorbeeld: Je vult een split-airco op de bouwplaats bij met 0,6 kg extra voor de lange leidingen. Je schrijft de extra hoeveelheid en de totale vulling op het etiket.
Valkuil: Een etiket dat na de ombouw niet is aangepast, geeft verkeerde informatie voor de lekcontrole.
Bron: Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2174 (etiketten), NVKL-kopie, Artikel 1 leden 1 tot en met 5 en lid 9
Vanaf hoeveel kilogram is lekcontrole verplicht?
Deel 5 ton CO2-equivalent, dat is 5000 kg CO2, door de GWP van het koudemiddel. Vanaf die vulling is periodieke lekcontrole verplicht.
De grens in de verordening staat in ton CO2-equivalent. Daardoor verschilt de grens in kilogram per koudemiddel: hoe hoger de GWP, hoe kleiner de vulling waarbij lekcontrole begint. Voor HFO's ligt de grens gewoon op 1 kg.
Voorbeeld: Voor R-32 (GWP 675): 5000 gedeeld door 675 is 7,41 kg. Een airco met 7 kg R-32 zit daaronder. Voor R-404A (GWP 3922) ligt de grens al bij 1,27 kg.
Valkuil: Gebruik 5000 en niet 5. Met 5 krijg je de grens in ton, niet in kilogram.
Bron: Verordening (EU) 2024/573, Artikel 5 lid 1 en artikel 3
Wat is regeneratie van koudemiddel?
Regeneratie is teruggewonnen koudemiddel opwerken tot een kwaliteit die vergelijkbaar is met nieuw koudemiddel.
Dat gebeurt in een bedrijf met een vergunning, niet op de bouwplaats. Een cilinder met alleen geregenereerd gas mag het etiket "100 % geregenereerd" krijgen. Geregenereerd koudemiddel helpt als nieuw koudemiddel met een hoge GWP niet meer gebruikt mag worden voor service.
Voorbeeld: Je levert een cilinder met teruggewonnen R-404A in bij de groothandel. Een vergunde regenerator werkt het op, en het komt later terug op de markt.
Valkuil: Regeneratie is meer dan recyclen. Bij recyclen wordt het gas alleen eenvoudig gereinigd.
Bron: Verordening (EU) 2024/573, Artikel 3 (definities)
Wat is een ontstekingsbron?
Alles wat een brandbaar gas kan laten ontbranden: een vlam, een vonk, een heet oppervlak of statische ontlading.
Bij werk aan koolwaterstoffen moet je ontstekingsbronnen uit de buurt van het werk houden. Denk aan een brander, een slijptol, een lichtschakelaar, gewone elektrische apparaten, een mobiele telefoon en roken. Ook de motor van een gewone ventilator of stofzuiger kan vonken.
Voorbeeld: Voor je aan een R-290-unit in een bijkeuken werkt, laat je de wasdroger uitzetten, zet je de deur open en leg je je telefoon buiten de werkzone.
Valkuil: Een ontstekingsbron hoeft niet zichtbaar te zijn. Ook een schakelcontact in een apparaat kan vonken.
Bron: BRL 200 versie 2.0, Paragraaf 3.4, toetsterm 12.13 (gezondheid en veiligheid)
Weet je hoe ver je bent?
Doe de gratis test van 10 vragen en zie direct je score. Bevalt het, dan kies je een training vanaf € 29, eenmalig betalen.